Slackline.nl

Ga direct naar hoofd-inhoud »

Doorzoek site
 

 

Service
  • - Scherpe prijzen
  • - E-mail advies service
  • - Tel: 0850653688
  • - Volledige garantie
  • - Gratis verzending vanaf €50,-
  • - Webshop Keurmerk
  • - Veilig & makkelijk betalen
  • - Vóór 23.00 besteld =
       vandaag verzonden
Betaalmogelijkheden
 

Krachten

Krachten

Zeker wanneer je besluit zelf een slackline samen te stellen, is het belangrijk te weten welke krachten er optreden. Wanneer je een complete slackline kit koopt, is al het rekenwerk al voor je gedaan. Het enige waar je jezelf dan nog van bewust hoeft te zijn, is de kracht op de ankerpunten.


Wat zijn de krachten in een slackline?
De krachten in een slackline ontstaan door de voorspanning en door degene die op de slackline staat.

Dit artikel beschrijft hoe je kunt schatten of berekenen hoe groot de krachten in jouw slackline zijn door het staan op de slackline. Dit lijkt misschien onbelangrijk. In de meeste gevallen is dit ook zo. Een slackline is dan wel heel sterk, er zijn beperkingen. Na een berekening blijkt dat het niet onmogelijk is een slackline te breken. Ga je met hoge strakke lijnen werken, dan is het belangrijk een idee te hebben wat de krachten in de slackline zijn.

LET OP! SLACKLINE.NL MOEDIGD DIT SOORT GEBRUIK VAN JE SLACKLINE NIET AAN. LAAT ANDEREN JE BEREKENING CHECKEN VOOR JE ER JE LEVEN OP VERTROUWT.

Ik probeer het zo eenvoudige mogelijk te houden maar het is hier en daar een beetje technisch.

Er zijn een aantal regeltjes in de mechanica waar je rekening mee moet houden waarvan een aantal voor de hand liggen maar wel even moeten worden genoemd:

  1. Een slackline kan alleen trekkrachten opnemen en geen druk; In de berekeningen wordt de persoon als een puntkracht beschouwd (dus niet als iemand met twee voeten maar als een neerwaartse pijl);
  2. De trekkracht in de slackline kan worden ontbonden in een horizontale en een verticale component;
  3. De som van de verticale krachten is nul (alle verticale krachten bij elkaar opgeteld zijn nul);
  4. Hetzelfde geldt voor de horizontale krachten;
  5. De krachten kun je zien als pijlen waarbij de richting van de pijl de richting van de kracht is en de lengte van de pijl de grootte van de kracht is;
  6. Je kunt willekeurig kiezen welke richting positief en welke negatief is, bijvoorbeeld naar beneden en links zijn negatief (min ervoor);
  7. De kracht in de slackline vormt samen met de horizontale component en de verticale component een rechthoekige driehoek;
  8. Het gewicht van de persoon is een verticale kracht naar beneden, de kracht in de slackline is tegengesteld;
  9. Als de persoon in het midden van de slackline staat is op beide uiteinden van de slackline de verticale component precies de helft van het gewicht van die persoon;
  10. Als een persoon op een derde van de staat is de verticale component bij de dichtstbijzijnde boom tweederde van het gewicht van die persoon en bij de andere boom eenderde (hetzelfde geldt voor een kwart van de boom is driekwart gewicht etc.);

Als een persoon niet in het midden van de slackline staat zijn de horizontale componenten aan het eind van de lijn niet gelijk. Dit komt omdat de persoon de neiging heeft om naar het midden van de lijn te schuiven. Dit zal niet gebeuren als er voldoende wrijving is. De wrijvingskracht is dan gelijk aan het verschil tussen beide horizontale krachten. Als er onvoldoende wrijving is zal het systeem in balans proberen te komen (mooi hé) en schuift de persoon net zo lang naar het midden tot beide horizontale krachten aan elkaar gelijk zijn.

Het uitgangspunt bij deze berekening is gelijkvormigheid van driehoeken. Tussen de persoon en de boom is een driehoek gevormd. Bij deze driehoek is de schuine zijde, de slackline; de korte zijde is de boom en de derde lijn is een denkbeeldige horizontale lijn. De lengte van de lange rechte zijde is de afstand tussen de persoon op de slackline en de boom, horizontaal gemeten. De lengte van de korte zijde bij de boom is gelijk aan de doorbuiging van de slackline, verticaal gemeten. Met de stelling van Pythagoras kun je de lengte van de schuine zijde berekenen. De kracht in de slackline vormt samen met zijn horizontale en verticale componenten ook een driehoek. Beide driehoeken zijn gelijkvormig. Dit betekend dat de verhouding tussen de schuine zijden gelijk is aan de verhouding tussen de korte zijden. Voorbeeld:

Van de deze drie is alleen de horizontale component onbekend wat betekend dat je die kan berekenen. Stel je staat in het midden van een slackline van tien meter, je weegt 70 kilo en je slackline buigt een halve meter door. De verticale component is 35 kilo. De lange zijde van de driehoek is 5 meter en de korte zijde is een halve meter. Hieruit blijkt dat de horizontale component 350 kilo is.

De kracht in de slackline kun je uitrekenen met Pythagoras waardoor blijkt dat de kracht in de slackline 352 kilo is.

In de praktijk blijkt dat de kracht maximaal wanneer je midden op de lijn staat.De onderstaande tabel geeft een factor weer waarmee je de kracht in de slackline kunt berekenen. Op de verticale as staan verschillende doorbuigingen van één tot anderhalve meter, op de horizontale as staan verschillende lengtes slackline tot 30 meter. Hierbij is rekening gehouden met een statische belasting op het midden van de lijn.

 

6

8

10

12

14

16

18

20

22

24

26

28

30

0,5

3,0

4,0

5,0

6,0

7,0

8,0

9,0

10,0

11,0

12,0

13,0

14,0

15,0

0,6

2,5

3,4

4,2

5,0

5,9

6,7

7,5

8,3

9,2

10,0

10,8

11,7

12,5

0,7

2,2

2,9

3,6

4,3

5,0

5,7

6,4

7,2

7,9

8,6

9,3

10,0

10,7

0,8

1,9

2,5

3,2

3,8

4,4

5,0

5,6

6,3

6,9

7,5

8,1

8,8

9,4

0,9

1,7

2,3

2,8

3,4

3,9

4,5

5,0

5,6

6,1

6,7

7,2

7,8

8,3

1

1,6

2,1

2,5

3,0

3,5

4,0

4,5

5,0

5,5

6,0

6,5

7,0

7,5

1,1

1,5

1,9

2,3

2,8

3,2

3,7

4,1

4,6

5,0

5,5

5,9

6,4

6,8

1,2

1,3

1,7

2,1

2,5

3,0

3,4

3,8

4,2

4,6

5,0

5,4

5,9

6,3

1,3

1,3

1,6

2,0

2,4

2,7

3,1

3,5

3,9

4,3

4,6

5,0

5,4

5,8

1,4

1,2

1,5

1,9

2,2

2,5

2,9

3,3

3,6

4,0

4,3

4,7

5,0

5,4

1,5

1,1

1,4

1,7

2,1

2,4

2,7

3,0

3,4

3,7

4,0

4,4

4,7

5,0

Doorbuiging (verticaal) versus lengte (horizontaal), vermenigvuldigen met je gewicht:

Het blijkt dat hoe horizontaler de slackline hangt als je er op staat, hoe groter de kracht in de slackline.

Zoals eerder al bleek komt de kracht in de slackline niet alleen van het staan. Ook de voorspanning telt mee. Deze kun je gewoon optellen bij de kracht die ten gevolge van het staan op de slackline ontstaat. De voorspanning is moeilijker te berekenen, deze is erg afhankelijk van het opspansysteem en van de rek in je slackline (we komen op een later moment met een berekening voor de voorspanning). Heb je en ratelsysteem, dan kan er wel 300 kilo voorspanning in je slackline zitten. Dus als degene uit de voorbeeldberekening op een lijn staat met 300 kilo voorspanning, komt er 652 kilo in de lijn. Bij een lijn van tien meter lengte die maar een halve meter doorbuigt, is een dergelijke voorspanning niet ondenkbaar. De berekening zoals hierboven gaat over een statische situatie. Voor sprong en schommelbelastingen moet je rekening houden met een heel ander gewicht voor de persoon op de slackline. Van een persoon die vanuit een sprong op de slackline valt en met bijvoorbeeld tien meter per seconde in een halve seconde afremt moet je het gewicht met een factor 20 vermenigvuldigen. Voor een gewone loper voldoet de berekening zoals hierboven prima.

 

Producten vergelijken

Geen producten geselecteerd.

Mijn winkelwagen

U hebt niets in uw winkelwagen.