Slackline.nl

Ga direct naar hoofd-inhoud »

Doorzoek site
 

 

Service
  • - Scherpe prijzen
  • - E-mail advies service
  • - Tel: 0850653688
  • - Volledige garantie
  • - Gratis verzending vanaf €50,-
  • - Webshop Keurmerk
  • - Veilig & makkelijk betalen
  • - Vóór 23.59 besteld =
       vandaag verzonden
Betaalmogelijkheden
 

Keuze Opspantechnieken

Keuze Opspantechnieken

Er bestaan een heel aantal systemen om een slackline op te spannen. Met dit artikel hopen we je te helpen met het maken van een keuze. Lees dit goed door voor je veel geld uitgeeft aan dure systemen. Met de goedkoopste opspanmethode kom je voor weinig geld een heel eind (zie artikel ‘opspannen met minimale hardware’).

Alle systemen hebben als overeenkomst dat ze een ‘mechanisch voordeel’ bieden ten opzichte van ‘gewoon’ trekken aan de lijn. Dit mechanische voordeel wordt uitgedrukt in een verhouding, bijvoorbeeld 1:3 (één staat tot drie). Deze verhouding houdt grofweg in dat wanneer je met 10 kilogram op het uiteinde trekt bij een 1:3 systeem, er in theorie 30 kilogram spanning in de lijn komt. De verhouding is de theoretische verhouding. In de praktijk speelt er wrijving mee dat het mechanische voordeel vermindert, al naar gelang het systeem dat je gebruikt. Het meest bekende systeem dat mechanisch voordeel oplevert is een katrol. De meeste opspansystemen voor de slackline (op één na) zijn hier dan ook van afgeleid.

Let er op dat een mechanisch voordeel van bijvoorbeeld 1:3 ook inhoudt dat je drie maal zoveel lijn moet aantrekken op het losse uiteinde dan het deel tussen de opspanpunten (bijvoorbeeld bomen) korter wordt. Hoe groter de verhouding, hoe meer lijn je nodig hebt voor het inhalen van het losse uiteinde. Heb je een heel lange lijn (bijvoorbeeld 30 meter), dan kan het best zijn dat je het deel tussen de opspanpunten meer dan één meter moet opspannen om de lijn strak genoeg te krijgen. Hiervoor kun je wel een 1:6 systeem nodig hebben. Je moet het losse eind dus meer dan zes meter inhalen om de lijn voldoende strak te krijgen. Ook dit is overigens in theorie. De elasticiteit van de lijn heeft ook invloed op de hoeveelheid in te halen lijn.

Er zijn een zestal zaken dat de opspansystemen van elkaar onderscheidt:

  1. Hoeveelheid mechanisch voordeel
  2. Wrijving
  3. Hoeveelheid hardware en kosten
  4. Gemak van opspannen en losmaken
  5. Bereik van het mechanisme
  6. Feedback in de lijn door het gewicht van het mechanisme

Allereerst de hoeveelheid mechanisch voordeel, deze varieert van 1:2 tot 1:’veel’. De keuze is afhankelijk van het soort lijn dat je kiest, lang en strak of kort en slap. Ook de hoeveelheid hulp die je hebt bij het opspannen kan je keuze bepalen. In sommige gevallen, bijvoorbeeld bij het gebruik van een rodeolijn is er helemaal geen voorspanning in de lijn aanwezig en heb je dus geen opspansysteem nodig.

Een tweede onderscheid is de wrijving in het systeem dat je gebruikt. Gebruik je katrollen met gelagerde wieltjes, dan is wrijving laag. Gebruik je de Eddington, dan is de wrijving hoog. Zoals eerder al vermeld, doet de wrijving af aan het mechanische voordeel. Gebruik je een 1:3 systeem kan de wrijving zo hoog zijn dat het mechanische voordeel terugloopt tot 1:1,5 of zelf tot 1:1. Deze beperking heeft overigens nauwelijks invloed op de hoeveelheid in te halen lijn, deze blijft afhankelijk van het theoretische mechanische voordeel. De wrijving neemt toe naarmate er meer spanning in de lijn komt. In het begin zal het aantrekken makkelijker gaan dan wanneer de lijn al wat strakker staat. Dit heeft zowel te maken met de elasticiteit van de lijn maar ook erg met de wrijving (ook weer afhankelijk van het systeem).

Een derde onderscheid is de hoeveelheid benodigde extra hardware en de kosten ervan. Naast de slackline zelf is een carabiner voor het statische uiteinde nodig voor een minimale set-up (eventueel kan dit uitgebreid worden naar een extra bandschlinge voor een beter verloop van de slackline). Voor het op te spannen uiteinde is het opspansysteem nodig met het benodigde materiaal. De simpelste en goedkoopste oplossing is het 1:3 systeem. Hier zijn overigens twee versies van: de traditionele en een dat een extra mechanisch voordeel biedt boven de theoretische 1:3. Degene met het extra mechanische voordeel heeft ook het minste materiaal nodig: één extra carabiner. De traditionele oplossing heeft twee carabiners en een bandschlinge extra nodig. Bij het gebruik van een ratel, is naast de ratel, één carabiner en één bandschlinge nodig. De andere systemen hebben allemaal meer materiaal nodig, een katrolsysteem twee katrollen en statisch touw, de Eddington een extra 9/16 slackline en vier carabiners etc. De prijzen van de duurste systemen gaan al snel naar de €100.

Een vierde onderscheid is het gemak van opspannen en losmaken. Het is niet per definitie zo dat meer hardware meer gedoe betekend. Het systeem met de minste hoeveelheid hardware benodigd moet je wel doorhebben. Dit vergt wat oefening. Hetzelfde geldt voor de Eddington, die helemaal lastig is. Andere systemen als de ‘Slackjack’, de ratel en de katrol zijn de systemen waarbij niet al te veel geknoopt hoeft te worden en daardoor wat makkelijker te gebruiken zijn.

Een vijfde aspect waarmee je rekening moet houden is het bereik van het opspansysteem. Hiermee wordt bedoeld hoeveel slackline je op kan spannen. Dit is vooral een issue bij het gebruik van de Ratel, de Slackjack, de katrol en de Eddington. Een ratel bestaat uit een oprolmechanisme dat gekoppeld is aan een hefboom. De hefboom biedt hier het mechanische voordeel. Het deel waar de slackline opgerold wordt is beperkt groot en voor de meeste slacklines te klein. Door de slackline handmatig al strak te trekken en de rest met de ratel te doen kan dit probleem iets worden ondervangen. Voor de rest kun je een grotere ratel kiezen maar dit geeft extra nadelen zoals later wordt uitgelegd. Bij de Slackjack, de katrol en de Eddington wordt het bereik bepaald door de lengte van het te gebruiken touw of extra slackline. Deze systemen bieden een vrij groot mechanisch voordeel. Dit betekend dat er ook relatief veel lijn of touw moet worden ingehaald.

Het zesde en laatste aspect betreft het gewicht van het opspansysteem. Indien dit gewicht direct te voelen is in de lijn heeft het een grote invloed op het gedrag van de lijn. De 1:3 systemen en de Eddington zijn licht van gewicht en daardoor nauwelijks voelbaar. De andere systemen zijn een stuk zwaarder en beïnvloeden daardoor sterk de reactie van de lijn (ze geven feedback). Bij de ratel is dit probleem te ondervangen door de ratel in de lus rondom de boom te plaatsen. In de andere gevallen kan het opspanmechanisme gebruikt worden voor het opspannen van de slackline waarna de slackline buiten het mechanisme om wordt afgebonden en het mechanisme verwijderd wordt uit de lijn.

 

Producten vergelijken

Geen producten geselecteerd.

Mijn winkelwagen

U hebt niets in uw winkelwagen.