Slackline.nl

Ga direct naar hoofd-inhoud »

Doorzoek site
 

 

Service
  • - Scherpe prijzen
  • - E-mail advies service
  • - Tel: 0850653688
  • - Volledige garantie
  • - Gratis verzending vanaf €50,-
  • - Webshop Keurmerk
  • - Veilig & makkelijk betalen
  • - Vóór 23.00 besteld =
       vandaag verzonden
Betaalmogelijkheden
 

101 trukjes

101 Tricks

Dit is een lijst van de ons bekende trukjes met een korte uitleg in willekeurige volgorde. De moeilijkheid varieert van makkelijk voor een beginner tot project voor een ervaren slackliner. Sommige trukjes zijn nog niet gedaan. In een later stadium zal een globale waardering worden gegeven en een indeling in soort.

  1. Mantle start - Ga onder de lijn hangen en probeer dan zonder de grond te raken erop te komen.
  2. Tegengewicht start - Houd beide benen naar beneden terwijl je dan rond de lijn draait en je benen als tegengewicht gebruikt
  3. Zitstart - Ga op de lijn zitten, zet dan je beide voeten erbij op en ga dan staan.
  4. Chongo start - Start met zittend met 1 been op de lijn plaats dan je tegenovergestelde hand voor je voet en ga dan staan voordat je je andere voet neerzet
  5. Huilen naar de maan - Ga liggen op de lijn in 1 vloeiende beweging
  6. Surf start - Ga vanuit een heen en weer bewegende positie in 1 beweging op de lijn staan vanuit zitstart
  7. Knielende start - Start de lijn met beide knieen op de lijn vanwaar je dan op staat.
  8. Bouncende zitstart - Hetzelfde als de zitstart alleen moet je bouncen terwijl je op wilt staan.
  9. Zijdelings bouncende start - Ga zijdelings op de lijn zitten, gad an bouncen en spring dan vanuit de bounce op de lijn
  10. Rennende springstart - Neem een aanloop en spring dan op de lijn.
  11. Rennende springstart 180 - Hetzelfde als de rennende springstart alleen moet je 180 graden draaien in de sprong.
  12. Rennende springstart 360 - Hetzelfde als de rennende springstart alleen moet je 360 graden draaien in de sprong.
  13. Vallende afsprong - Je springt van de lijn terwijl je je hoofd gedraaid hebt en de lijn vastpakt.
  14. Achterwaartse salto afsprong - Je spring met een achterwaartse salto van de lijn.
  15. Voorwaartse salto afsprong J- e springt met een voorwaartse salto van de lijn.
  16. Achterwaartse salto met draai afsprong - Je springt met een achterwaarste salto van de lijn en maakt ook nog een draai
  17. Voorwaartse salto met draai afsprong - Je springt met een voorwaartse salto van de lijn en maakt ook nog een draai
  18. Draai afsprong - Spring van de lijn en draia in de lucht
  19. Dubbele achterwaarste salto afsprong - Je springt van de lijn af terwijl je een dubbele achterwaartse salto maakt.
  20. 1 voet draai - Draai op 1 voet zonder de andere te gebruiken
  21. 2 voet draai - Draai om en laat beide voeten tegelijk draaien.
  22. Bounce draai - Draai om terwijl je bounced.
  23. Voorwaarts lopen - Vooruit lopen over de lijn
  24. Achteruit lopen - Achteruit over de lijn lopen
  25. Lopen zonder handen - Loop over de lijn met je handen achter je rug of in je broekzakken
  26. Achteruit lopen zonder handen - Loop achteruit over de lijn met je handen achterje rug of in je broekzakken
  27. Voorwaarts bouncend lopen - Loop over de lijn terwijl je bounced
  28. Achteruit lopen met bounce - Loop achteruit over de lijn terwijl je bounced
  29. Knielend lopen - Loop over de lijn terwijl je elke stap nkielt
  30. De helicopter - Loop over de lijn en maak een 360 draai bij elke stap die je neemt
  31. Lopen en surfen teglijk - Loop over de lijn terwijl je surft
  32. Zijdelings lopen - Loop over de lijn terwijl je lichaam gedraaid op de lijn staat
  33. Zijdelings lopen kruisvoets - Loop over de lijn terwijl je lichaam is gedraaid ten opzichte van de lijn en zet je voeten kruislings een stap verder
  34. Zijdelings lopen glijdend - Loop over de lijn terwijl je lichaam is gedraaid ten opzichte van de lijn en schuif je voeten in plaats van te lopen
  35. Voorwaarts lopen glijden - Loop over de lijn terwijl je glijd met je voeten
  36. Standaard surf - Surf op de lijn
  37. Matrix Surf - Surf op de lijn met je lichaam en voeten gedraaid ten opzichte van de lijn (zijdelings)
  38. Gekke benen surf - Surf met 1 been op de lijn en houd met je andere been en armen je balans
  39. Gekke benen surf zonder handen - Surf met 1 been op de lijn en gebruik je handen niet om balans te houden doe die dus achter je rug
  40. Hula hoop 1 - Sta op de lijn terwijl je hula hoopt
  41. Hula Hoop meerdere - Sta op de lijn met meerdere hula hoops
  42. Lopen met hula hoop - Loop over de lijn met hula hoop
  43. Jongleren 3 ballen - Sta op de lijn en jongleer met 3 ballen
  44. Jongleren 3 kegels - Sta op de lijn en jongleer met 3 kegels
  45. Jongleren 3 fakkels - Sta op de lijn en jongleer met 3 fakkels
  46. Lopend jongleren - Loop over de lijn terwijl je jongleert
  47. Bouncen - Bounce op 1 punt
  48. Gaan zitten - Vanuit staande positie op de lijn gaan zitten
  49. Gaan liggen - Ga liggen vanuit zitpositie
  50. Koprol - Maak een koprol op de lijn
  51. Tree positie - Yoga positie waarbij 1 voet tegen de binnenkant van de andere knie word gedrukt en je beide armen boven je hoofd houd
  52. Buddha - Yoga positie waarbij je in kleermakerzit met beide handen op je knieen op de lijn gaat zitten
  53. Knee Drop - Je brengt een knie tot aan de grond terwijl je op de lijn staat
  54. Gekruisde benen knee drop - Kniel met 1 knie in je andere knie en dan naar de lijn knielen
  55. Zijdelings staan - Sta zijdelings op de lijn
  56. Kruipen - Kruip op je knieen over de lijn
  57. Zijdelings kruipen - Kruip zijdelings over de lijn
  58. Zijdelings kruipen met vasthouden - Kruip zijdelings over de lijn terwijl je met je handen de lijn vasthoud
  59. De hendel - Houd je lichaam horizontal op de lijn terwijl je op je ellebogen leunt
  60. Split - Doe een split op de lijn
  61. Dog Squat - Met 1 been op de lijn staan
  62. Ollie - Een verticale sprong op de lijn
  63. Ollie met foot grab - Een verticale sprong op de lijn met een foot grab (je pakt je voeten even vast in de sprong)
  64. Ollie 180 - Een verticale sprong terwijl je 180 graden draait in de lucht
  65. Ollie 360 - Een verticale sprong terwijl je 360 graden draait in de lucht
  66. Tree Plant - Spring voorwaarts richting de boom waar de lijn aan zit, spring dan met beide voeten tegen de boom aan en weer terug op de lijn
  67. Tree Plant 180 - Hetzelfde als de Tree Plant alleen maak je nog een 180 graden draai tijdens de sprong
  68. Voorwaartse sprong - Spring voorwaarts terwijl je achterste been je voorste word
  69. Voorwaartse sprong 180 - Spring naar voren terwijl je achterste been je voorste word en draai 180 graden in de sprong
  70. Achterwaartse sprong - Spring achteruit op de lijn
  71. Achterwaartse salto - Achterwaartse salto van de lijn en weer op de lijn landen
  72. Voorwaartse salto - Voorwaartse salto van de lijn en weer op de lijn landen
  73. Multidraai - Draai meerdere keren achter elkaar op 1 plek
  74. 2 personendraai - Loop met 2 mensen naar elkaar toe en pak elkaars armen vast waarna je om elkaar heen draait
  75. Dubbele sprong - Maak 2 voorwaartse sprongen op de lijn direct achter elkaar
  76. Driedubbele sprong - Maak 3 voorwaartse sprongen op de lijn direct achter elkaar
  77. 2D trampoline - Spring meerdere malen op 1 plek op de slackline zonder pauze
  78. Achterwaartse start - Ga met je rug naar de lijn staan en spring er dan achterwaarst op
  79. Achterwaartse ren start - Neem een aanloop en spring dan en maak een draai tijdens de sprong zodat je achterwaarts op de lijn land
  80. Bicycle drop/ drive by - Spring van een rijdende fiets (bestuurd door iemand anders) op de slackline
  81. Bicycle drop/ drive by 180 - Hetzelfde als de bicycle drop alleen draai 180 graden tijdens je sprong
  82. Bicycle drop/ drive by 360 - Hetzelfde als de bicycle drop alleen draai 360 graden tijdens je sprong
  83. 2D trampoline 180 - Spring meerdere keren op 1 plek terwijl je elke sprong 180 graden draait
  84. 2D trampoline 360 - Spring meerdere keren op 1 plek terwijl je elke sprong 360 graden draait
  85. Voorwaartse sprong 180 - Een voorwaartse sprong terwijl je 180 graden draait in de sprong
  86. Voorwaartse sprong 360 - Een voorwaartse sprong terwijl je 360 graden draait in je sprong
  87. Staande 180 backstart - Ga met je rug naar de lijn staan en spring er met een 180 graden draai op
  88. Staande 180 frontstart - Ga met je gezicht naar de lijn staan en spring er met een 180 graden draai op
  89. Staande 360 backstart - Ga met je rug naar de lijn staan en spring er met een 360 graden draai op
  90. Staande 360 frontstart - Ga met je gezicht naar de lijn staan en spring er met een 360 graden draai op
  91. Front foot line grab - Ga op de lijn door je hurken pak met beide handen de lijn voor je voorste voet zet je achterste voet voor je handen en ga dan staan
  92. Back foot line grab - Ga op de lijn door je hurken en pak met beide handen de lijn achter je achterste voet zet dan je voorste voet achter je handen en ga dan staan
  93. Back foot line grab 180 - Ga op de lijn door je hurken en pak met beide handen de lijn achter je achterste voet zet dan je voorste voet achter je handen en draai dan 180 graden
  94. Front foot line grab 180 - Ga op de lijn door je hurken pak met beide handen de lijn voor je voorste voet zet je achterste voet voor je handen en draai dan 180 graden
  95. Tree plant 360 - Hetzelfde als de tree plant alleen maak je tijdens je sprong een 360 graden draai
  96. Line sprong - Spring van de ene op de andere lijn
  97. Line sprong 180 - Spring van de ene op de andere lijn met een 180 graden draai
  98. Line sprong 360 - Spring van de ene op de andere lijn met een 360 graden draai
  99. Speed lijn - Ren als het ware over de lijn
  100. Ollie 540 - Een verticale sprong op de lijn met een 540 graden draai
  101. Ollie 720 - Een verticale sprong op de lijn met een 720 graden draai
 

Producten vergelijken

Geen producten geselecteerd.

Mijn winkelwagen

U hebt niets in uw winkelwagen.